Provincie Overijssel: Plannen Grondfonds worden verder uitgewerkt

17 februari 2014 08:00 uur
De Overijsselse statencommissie Kwaliteit Openbaar Bestuur, Financiën en RO heeft zich vandaag gebogen over de verkenning naar een eventueel grondfonds. De statencommissie heeft GS gevraagd om de verkenning zoals die er nu ligt verder uit te werken. In maart zullen Provinciale Staten een definitief besluit nemen.

Provinciale Staten gaven GS vorig jaar via een motie (Kerkdijk cs) de opdracht om een zoektocht te starten naar een instrument dat overgeprogrammeerde grond bij gemeenten kan verminderen en hun financiele positie versterken. De Overijsselse Staten zetten daarmee een fors maatschappelijk probleem op de kaart. Woningbouw en ontwikkeling van bedrijventerreinen blijven -als gevolg van de crisis- bij veel gemeenten achter bij de prognoses en er is een zorgwekkende mismatch tussen vraag en aanbod. In december becijferde het bureau Deloitte dat in Nederland tussen de 0,7 en 2,7 miljard aan gronden is overgeprogrammeerd. Inmiddels is ook duidelijk geworden dat veel Nederlandse gemeenten kunstgrepen toepassen om hun verliezen te maskeren.

De Overijsselse verkenning leerde dat in Overijssel voor ca. 200 miljoen aan grond is overgeprogrammeerd. Er werd ambtelijk en bestuurlijk met alle 25 gemeenten gesproken. Maar ook met grondbedrijven, experts, accountants, juristen, marktpartijen en het ministerie om het probleem scherp te krijgen. De verkenning leerde ook dat de grondproblematiek in Overijssel voor een substantieel deel opgelost kan worden door twee varianten toe te passen:

  1. Het herformuleren van het gemeentelijk grondbeleid: partijen bezinnen zich op de besluitvorming en nemen geen nieuwe bestemmingsplannen meer in procedure. Zo ontstaat een reëel beeld van vraag en aanbod;
  2. Provincie Overijssel neemt de grond (en de risico’s) van gemeenten over tegen boekwaarde en waardeert de grond af. De gemeente haalt de bestemming er af. Er wordt (via een convenant) overeengekomen dat de gemeente vervolgens bijdraagt aan de provinciale investeringsagenda. De vorm/uitwerking daarvan is per gemeente maatwerk.

Een combinatie van de twee varianten zou de beste oplossing zijn, aldus de verkenning. De uitkomst van de verkenning bracht in januari een storm van media-aandacht teweeg en er kwamen kritische kanttekeningen van andere provincies, maar ook van gemeenten en experts.

De provincie Overijssel zag hierin een erkenning van de problematiek en bracht in januari een groep deskundigen bijeen om de verkenning van de ingewikkelde materie verder door te spreken. Heet hangijzer was daarbij het financieel toezicht op gemeenten. De provincie is daar immers verantwoordelijk voor. Sommige deskundigen meenden dat – om de grondtransacties mogelijk te maken – gemeenten voor langere tijd onder preventief financieel toezicht zouden moeten worden geplaatst, en daar is in bestuurlijk Overijssel niemand voorstander van.

Inmiddels heeft de verkenning (en overleg met het ministerie van BZK) uitgewezen dat er mogelijk bewegingsruimte zit om variant twee te kunnen toepassen. De grondproblematiek verdient wellicht een ander regime dan ‘financieel toezicht’. In de komende weken worden daar opnieuw gesprekken over gevoerd. De statencommissie heeft GS nu opdracht gegeven om de verkenning nader uit te werken en in maart met een gedetailleerd statenvoorstel te komen. Daar wordt hard aan gewerkt.

De provincie Overijssel is blij dat de grondproblematiek inmiddels de volle aandacht heeft binnen en buiten de provincie. De verkenning én de daaropvolgende brede discussie hebben het probleem op tafel gelegd. Verantwoordelijk gedeputeerde Bert Boerman: “De grote winst van deze, door PS gevraagde,  grondfondsverkenning is dat er niet langer verstoppertje kan worden gespeeld. Alleen door open kaart te spelen en iedereen aan te haken, komen we gezamenlijk tot de oplossing van een fors probleem”. Bron: Provincie Overijsssel 14-02-2014.